Beknopte samenvatting van de landbouwcursus

“Weet je deel van een groter geheel”

Een beknopte samenvatting van De Landbouwcursus van Rudolf Steiner
door Luc Ambagts

printversie


1 Weet je deel van een groter geheel

Steiner wijst op het belang om de hele omgeving bij de landbouw te betrekken, inclusief de sterren en planeten. De buitenplaneten (Mars, Jupiter en Saturnus) werken via kiezel in de grond - te beïnvloeden door o.a. de warmte - op de groei van de planten met betrekking tot de voedselkwaliteit. De binnenplaneten (Maan, Mercurius en Venus) werken op de groei en voortplanting van de planten, aangetrokken door kalk in de grond en te beïnvloeden door o.a. water.

2 Neem de mens als uitgangspunt

Steiner bespreekt hier dat een landbouwbedrijf het beste een gesloten systeem kan zijn dat zoveel mogelijk zelf voorziet in wat het (bijvoorbeeld aan mest) nodig heeft. Daardoor kan een onderlinge afstemming van vee, voedergewassen, mest en productiegewassen plaatsvinden die een positieve ontwikkeling van de bodemvruchtbaarheid oplevert. Het bedrijf is te vergelijken met een mens met de bodem als middenrif, de buik boven de grond (stofwisseling) en het hoofd (waarneming) in de grond.

3 Vorm begrippen in activiteiten

Bij de plantengroei spelen koolstof, zuurstof, stikstof, zwavel en waterstof een belangrijke rol. Koolstof is de grote boetseerder, die de vorm geeft. Zuurstof brengt het leven naar de vorm. Stikstof is daarbij de bemiddelaar. De zwavel 'bevochtigt alles met de geest'. Waterstof is het element dat alles weer in chaos brengt: hetzij in de chaos van het zaad, het zij in de chaos, opnieuw uitwaaierend naar de kosmos toe. Deze processen spelen zich af tegen de achtergrond van de planetenwerking in samenspel met kiezel en kalk in de grond.

4 Werk vanuit het levende

Met het bemesten maken we de bodem levend en gevoelig. Bijvoorbeeld door hopen te maken van aarde gemengd met in ontbindend organisch materiaal: compost. Ongebluste kalk zorgt daarbij voor minder woekering van het leven en een sterke evenwichtige gevoeligheid. Koemest die in een koehoorn in de aarde overwinterd heeft is een preparaat om de verlevendigende kwaliteit van de mest te versterken. Kiezelpoeder dat in een koehoorn in de aarde overzomerd heeft ondersteunt in de plantengroei de werking van het koemestpreparaat.

5 Wees een alchemistisch kunstenaar

Sporenelementen zijn ook van wezenlijk belang voor de plantengroei. Om die te verzorgen is een vitaliserende bewerking van de mest met preparaten bevorderlijk. Steiner bespreekt het maken en het gebruik van de compostpreparaten: Duizendbladpreparaat maakt de aarde levend zodat sporenelementen worden opgevangen. Kamillepreparaat geeft de mest de kracht het leven over te dragen aan de plant. Brandnetelpreparaat reguleert de ijzer en stikstofhuishouding. Eikenschorspreparaat dringt te sterke vitaliteit terug, zodat de gevoeligheid van mest en bodem ruimte krijgen. Paardenbloempreparaat reguleert de juiste hoeveelheid kiezel naar de bodem. Valeriaanpreparaat ondersteunt de fosfor(warmte)processen.

6 Weer af wat buiten je bedoeling valt

Steiner bespreekt hier de methode van verassen om onkruid en plaagdieren en plantenziekten af te weren. Door de as van verbrand onkruidzaad uit te strooien werk je de werking van de maan op de voortplanting tegen, waardoor het onkruid met een paar jaar verdwijnt. Bij plaagdieren verbrand je de huid (als de zon in schorpioen staat) en strooi je de as daarvan uit. Bij insecten verbrand je het hele insect (als de zon in stier staat) en strooi je de as uit. Voor het tegengaan van plantenziekten is het zaak het proces dat de aantasting veroorzaakt te doorzien. Schimmels, zoals bijvoorbeeld roest, treden op bij een te sterke maanwerking. Daardoor ontstaat als het ware een tweede 'aardlaag' boven de grond, op de plant. Sproeien met een equisetum-aftreksel werkt dit proces tegen.

7 Creëer een levendige diversiteit

Steiner beschrijft de samenhang tussen de verschillende planten, bomen en struiken, insecten vogels en zoogdieren in het landschap bij een landbouwbedrijf. De astraliteit rond boomkronen - verzorgd door de vogels - is dichter dan die bij de overige planten optreedt in samenhang met de volwassen insecten. De larven - en regenwormen - reguleren de relatieve etherarmoede bij de wortels. Zoogdieren profiteren van wat er als struikachtigen aanwezig is. Zwammen reguleren bacteriën en schimmels. Dieren leven in lucht en warmte en nemen aarde en water op door hun spijsvertering. Planten leven in aarde en water en scheiden lucht en warmte uit.

8 Werk vanuit een beeldend begrijpen van stof en kracht

De ‘ik-aanleg’ van het dier blijft achter in de mest, die een ‘ik-sfeer’ rond de plantenwortels kan scheppen, als aanvulling op de ‘astrale sfeer’ die door vogels en insecten in de lucht rond de plant wordt verzorgd. Wortelgewassen zijn goed voor de voeding van de kop, waar aardse stoffelijkheid en kosmische krachten werken. De ‘kopvoeding’ wordt aangevuld met ‘stralende’, ‘lijnachtige’ voeding, zoals lijnzaad, of hooi, opdat de krachten daarvan de zintuigen in staat stellen met kosmische substantie de ledematen op te bouwen. Daar werken aardse krachten.

©2020 - Steiner in essentie
Van Duijvenvoordestraat 2
4835 CB Breda
076-7850102