Waarnemen en denken

De uitwerking van Waarnemen en denken is nu voor een deel beschikbaar. (GA 2, Grundlinien einer Erkenntnistheorie der Goetheschen Weltanschauung, mit besonderer Rücksicht auf Schiller, 1886)

Over Waarnemen en denken

Rudolf Steiner schreef dit boek terwijl hij werkte aan de uitgave van de natuurwetenschappelijke geschriften van Goethe. In 1924 gaf hij het boek opnieuw uit. Hij schreef daarover: “…[dit boek] is voor mij ook de kennistheoretische basis en rechtvaardiging voor alles wat ik later gezegd heb en gepubliceerd.” De gedachtegang in dit boek werkte hij verder uit in zijn proefschrift Waarheid en Wetenschap en in zijn boek Filosofie der Vrijheid.

Beknopte karakterisering van de inhoud

Hoe komt de mens tot kennis? Hoe komt een wetenschappelijk oordeel tot stand. Een onderzoek van deze vragen laat zien dat het denken in de ervaringswereld van de mens én in de werkelijkheid een autonome positie inneemt. Met het denken realiseert de mens een begrip van een zaak dat onomstotelijk bij die zaak hoort en er een eenheid mee is. Het begrip, het wezen van een zaak, is de ideële tegenpool van de fysieke verschijning van die zaak. Waarnemen en denken zijn twee afzonderlijke activiteiten van de mens die samen de volledige werkelijkheid omvatten. De wetenschappelijke methode van onderzoek dient in overeenstemming te zijn met het te onderzoeken gebied. Het leren kennen van de anorganische natuur gaat uit van de causaliteit. Voor de levende natuur is het type, waar de verschijning uitdrukking van is, maatgevend. De geesteswetenschappen hebben het begrip van de individualiteit op zich als uitgangspunt.


Het laatste hoofdstuk is al in een volledige uitwerking beschikbaar.

G. Afsluiting, Begrip en kunstzinnig scheppen

Essentie als gedachte

Wetenschap produceert de bij de werkelijkheid horende idee. Kunst produceert een representatie van die idee in de werkelijkheid.

Beknopte samenvatting

De wetenschapper brengt een wetmatigheid, een ideële essentie aan het licht. De kunstenaar drukt een idee uit in een fysieke realiteit. Zowel de wetenschapper als de kunstenaar zijn scheppers van werkelijkheid die zonder hun activiteit niet te voorschijn zou komen. Beiden zijn actief met ideële, geestelijke inhoud.

Weergave van de inhoud

Onze kennistheorie heeft het kennen als een activiteit van de menselijke geest opgevat en laten zien dat de inhoud van wetenschap de in de geest gevonden idee is. Zowel bij de kennende als de kunstzinnige activiteit verheft de mens zich van product tot producent van de werkelijkheid. Ieder ding in de werkelijkheid is een van de vele mogelijkheden die in de schoot van de natuur verborgen liggen. Wat als toevallige mogelijkheid verschijnt, is uitdrukking van wetmatigheid, een idee. In de wetenschap verschijnt de idee van de natuur, als het alomvattende. In de kunst verschijnt een object dat dit alomvattende uitbeeldt. Wat in de wetenschap als idee te voorschijn komt, dat verschijnt in de kunst als beeld. Bij wetenschap verdwijnt de materie – die van buitenaf waargenomen wordt – tot alleen zijn wezen, de idee, overblijft. Bij een kunstwerk komt het er op aan in hoeverre de kunstenaar in de materie de idee ingeplant heeft, hoe het object uit de sfeer van het toevallige tot een idee-uitdrukkende noodzakelijkheid wordt. Wetenschap kijkt door de zintuiglijkheid heen naar de idee. De kunst maakt de idee in de stof zichtbaar.

Weergave in citaten



…… Onze uitweidingen hebben laten zien dat de inhoud van de wetenschap juist niet de waargenomen, uiterlijke stof is, maar de in de geest gevatte idee. Die laat ons dieper in het wereldgebeuren doordringen, dan al het uiteenrafelen en beschouwen van de buitenwereld als ervaring zonder meer.

…… Ten opzichte van de passief opgenomen waarneming is wetenschap daarmee een product van de activiteit van de menselijke geest.

…… Zo opgevat is het kennen aan het kunstzinnig scheppen verwant. Dat is immers ook een actief creëren door de mens.

…… Ieder voorwerp uit de werkelijkheid laat ons één van de oneindige mogelijkheden zien, die in de schoot van de scheppende natuur verborgen liggen.

…… Het oneindige dat de wetenschap in het eindige zoekt en in de idee wil weergeven, drukt de kunst uit in uit de zijnswereld genomen stoffen. Wat in de wetenschap als idee verschijnt, is in de kunst beeld.

…… [Voor Goethe] is de kunst daarom ook een manifestatie van verborgen natuurwetten.