Waarnemen en denken

Rudolf Steiner schreef dit boek terwijl hij werkte aan de uitgave van de natuurwetenschappelijke geschriften van Goethe. In 1924 gaf hij het boek opnieuw uit. Hij schreef daarover: “...[dit boek] is voor mij ook de kennistheoretische basis en rechtvaardiging voor alles wat ik later gezegd heb en gepubliceerd.” De gedachtegang in dit boek werkte hij verder uit in zijn proefschrift Waarheid en Wetenschap en in zijn boek Filosofie der Vrijheid.

Beknopte karakterisering van de inhoud

Hoe komt de mens tot kennis? Hoe komt een wetenschappelijk oordeel tot stand. Een onderzoek van deze vragen laat zien dat het denken in de ervaringswereld van de mens én in de werkelijkheid een autonome positie inneemt. Met het denken realiseert de mens een begrip van een zaak dat onomstotelijk bij die zaak hoort en er een eenheid mee is. Het begrip, het wezen van een zaak, is de ideële tegenpool van de fysieke verschijning van die zaak. Waarnemen en denken zijn twee afzonderlijke activiteiten van de mens die samen de volledige werkelijkheid omvatten.

De wetenschappelijke methode van onderzoek dient in overeenstemming te zijn met het te onderzoeken gebied. Het leren kennen van de anorganische natuur gaat uit van de causaliteit. Voor de levende natuur is het type, waar de verschijning uitdrukking van is, maatgevend. De geesteswetenschappen hebben het begrip van de individualiteit op zich als uitgangspunt.

Samenvatting

De samenvatting van Waarnemen en denken is beschikbaar in het Engels onder de titel: The Science of Knowing. Aan de nederlandse vertaling wordt gewerkt. Op een aantal nog niet optimale passages na is deze samenvatting in eerste versie gereed.

 

©2020 - Steiner in essentie
Van Duijvenvoordestraat 2
4835 CB Breda
076-7850102