Steiner in essentie

Antroposofie ontmoeten, begrijpen, doenA - Z

Bloed

Bloed is de lichamelijke drager van het ik, van de mens als individualiteit. Het bloed is werktuig van het ik.

Rudolf Steiner zegt in zijn voordracht "Bloed is een heel bijzonder sap" het volgende:
In zijn zintuigen is de mens een uitdrukking van het fysieke lichaam. De organen van voeding, voortplanting en groei, dat zijn niet langer louter fysieke apparaten, ze zijn opgebouwd en vormen het onderste deel van het etherische lichaam. (...) Op het moment dat een wezen ook doordrongen is van een astraallichaam, wordt er bij dat wezen een zenuwstelsel ingevoegd. (…) Als het fysieke lichaam, om zo te zeggen, zijn eigen fysieke uitdrukking is, alles wat bij het voedingssysteem hoort, etc., de uitdrukking van het etherische lichaam, als het zenuwstelsel dat van het astrale lichaam is, wat is dan de uitdrukking van het eeuwige? Dat is het bloed en het bloedstelsel. Waar het bloed ook verschijnt, het is de uitdrukking van een Ik. (...)
Dit zal ons in staat stellen om op een geesteswetenschappelijke manier te begrijpen hoe het komt dat, bijvoorbeeld, wanneer de menselijke kiem zich ontwikkelt, het hart en het bloed pas verschijnen wanneer alle organen al gevormd zijn in de moederschoot. Dit komt volledig overeen met wat er geestelijk gebeurt. Het Ik is de kroon op alles en verschijnt ook als laatste. ... [Men denkt dat het hart een pomp is] Hegel was de enige Duitse filosoof van de negentiende eeuw die zich realiseerde dat dit niet het geval is. Hij zei dat het niet het hart is dat het bloed aandrijft, maar dat het bloed aan het hart zijn beweging geeft. En het bloed krijgt zijn beweging van de ziel, wordt gedreven door de geest. Het hart klopt sneller wanneer er een geestelijke impuls is. Het bloed is het stuwende element van het hart. (...)
Het hart is iets dat de huidige materiële wetenschap een streep door de rekening geeft. De willekeurige spieren zijn de zogenaamde dwarsgestreepte spieren, alle onwillekeurige spieren zijn spieren met gladde spiervezels. Het hart is een onwillekeurige spier; de meeste mensen kunnen het niet besturen. En toch is het dwarsgestreept; hoe komt dat? Dit is hoe de geesteswetenschap dat verklaart: Het hart, zoals het nu is, staat aan het begin van zijn ontwikkeling; er zal een tijd komen dat wat nu nog een onwillekeurige beweging is, een willekeurige beweging zal worden, onderworpen aan zijn geest. De hersenen zijn het denkorgaan van vandaag en het hart zal het geestelijke orgaan van de toekomst worden. In de toekomst zal het hart een heel andere plaats innemen. De mens zal zijn bloed bewust door zijn lichaam laten rollen. Het hart zal de uitdrukking zijn van zijn spirituele leven, een bewust werkende spier. Zo zal het in de toekomst zijn. Daarom is het vandaag al zo in de kiem. Zo hebben we deze heel verschillende organen van de mens, bloed en hart, als uitdrukking van het Ik en kunnen we het vervolgen in zijn betekenis voor de wereld.

Rudolf Steiner, Nürnberg, 22 januari 1907, GA 68b

← Bio-dynamische-landbouw | Bovenzinnelijke waarneming →