Steiner in essentie

Antroposofie ontmoeten, begrijpen, doen.


AntroposofiePublicatiesLandbouwcursus

Landbouwcursus 5 Wees een alchemistisch kunstenaar

Sporenelementen en compostpreparaten.

Vijfde voordracht 13 juni 1924
Wees een alchemistisch kunstenaar

Iets wat leeft moeten we ook in de sfeer van het leven houden. Iets etherisch-levends mag eigenlijk nooit de sfeer van het vegetatieve verlaten. De bodem waarin de plant groeit is een voortzetting van het vegetatieve proces in de aarde. Het leven dat aarde en plan-tengroei doortrekt, zet zich ook voort in de mest. In de landbouw moeten we eigenlijk roofbouw bedrijven, want alles wat wij de wereld in sturen vanuit het boerenbedrijf, onttrekt krachten aan de aarde en aan de lucht. Die moeten weer worden aangevuld.
Bacteriën moeten we beschouwen als iets wat optreedt door de processen in de mest en niet als iets om te enten of te kweken. Het gaat erom dat we in het groot blijven denken en dat we die kleine organismen zo min mogelijk met een atomistisch aandoende blik bezien.

Als we de mest door minerale toevoe-gingen verbeteren, werken we alleen activerend op het vloeibare element. Wij moeten de aarde direct activeren. Dat kan alleen door organische mid-delen in zo’n toestand te brengen dat ze een organiserende, levenschenkende invloed op het aardse element zelf kunnen hebben. Juist dat stimuleren van mest of gier, dat is de taak van de geesteswetenschappelijke stimulans die aan de landbouw kan worden gegeven.
Stikstof, fosfor, kalk, kali, chloor, etc. zelfs ijzer, hebben grote waarde voor de bodem waar gewassen moeten gedijen.

Kiezelzuur, lood, arsenicum, kwikzilver hebben dat ook. De natuur laat ons alleen niet in de steek wanneer we ons niet om deze elementen bekommeren. Want kiezelzuur, lood, kwikzilver, arse-nicum krijgen we van de hemel cadeau met de regen. Om op de juiste manier fosforzuur, kali of kalk in de aarde te hebben, moeten we op de juiste manier bemesten. Maar na verloop van tijd kan de compensatie die de mest geeft te zwak zijn. Om de hele aarde heen zijn in fijne dosering de stoffen werkzaam die men voor onnodig houdt. Die hebben de planten even hard nodig als wat hun uit de aarde tegemoet komt. Alleen zuigen ze die stoffen uit de kosmische om-geving op. Als we lukraak doormesten, beletten we de aarde om dat alles op te zuigen. Daarom moeten wij onze mest werkelijk onder handen nemen.

Voor de plant zijn levende krachten veel belangrijker dan substanties. Op allerlei manieren moet geprobeerd worden de mest werkelijk de gewenste vitaliteit te geven, waardoor hij vanzelf zoveel stik-stof en zoveel van de andere stoffen vasthoudt als hij nodig heeft. Door de mest de tendens tot leven te geven, kan hij op zijn beurt de aarde weer van het nodige leven voorzien.

We moeten opletten dat de dingen die op organisch gebied van de kosmos uit de hoofdrol spelen, koolstof, zuurstof, stikstof, waterstof en zwavel, op de juiste manier samenkomen met de andere substanties in het organische proces, laten we zeggen met kalizouten. Door kali wordt de groei meer naar die gebieden in het plantenorganisme geleid die het vaste, stengelige teweegbrengen. Maar het gaat erom dat dit kaligehalte zodanig wordt verwerkt in wat zich tussen aarde en plant afspeelt, dat het in het organische proces de juiste verhouding vindt tegenover alles wat nu het eigenlijke lichaam, het eiwitachtige van de plant uitmaakt. En in dat opzicht kunnen we iets bereiken als we het volgende doen.

We nemen duizendblad. Duizendblad is als het ware een model om de zwavel precies in de juiste relatie te brengen tot de andere plantensubstanties. Bij geen andere plant bereiken de natuurgeesten een dergelijke perfectie in het toepassen van zwavel als bij duizendblad. Duizendblad kan alles wat op een zwakte van het astrale lichaam teruggaat genezen. We nemen nu twee flinke handenvol schermachtige bloemen, die stoppen we stevig samengedrukt in de blaas van een hert. Die hangen we gedurende de zomer op een door de zon beschenen plaats op. In de herfst leggen we hem niet al te diep in de grond voor de duur van de winter. Als we deze substantie uit de blaas halen en aan een mesthoop toevoegen, dan gaat daarvan een straling uit. Dit middel werkt zo vitaal, dat we daarmee veel ten goede keren van wat anders roofbouw wordt. We geven de mest de mogelijkheid om de aarde zo levend te maken dat de andere kosmische stoffen worden opgevangen.

In de blaas van een hert vinden we krachten die samenhangen met de krachten van de kosmos. Daarmee versterken we bij duizendblad de krachten die het al heeft ter verbinding van zwavel met de andere substanties. Met deze behandeling van duizendblad hebben we iets heel fundamenteels ter verbetering van de mest en blijven we binnen de sfeer van het leven. Dat is belangrijk.

Als wij de mest de mogelijkheid willen geven om zoveel leven in zich op te nemen dat hij dat leven kan overdragen op de aarde waarin de plant groeit, dan moet de mest in staat worden gesteld om naast kali ook nog kalkverbindingen te binden. Om ook de calciumprocessen binnen te halen hebben we kamille nodig. Kamille verwerkt met calcium iets wat er toe kan bijdragen om schadelijke fructificatieprocessen uit de plant weg te houden. De substantie van de darmwanden is belangrijk bij wat kamille doormaakt in het organisme van mens of dier. Daarom moeten wij van kamille de witgele hoofdjes afplukken, en deze in een runderdarm doen. We moeten de worstjes weer de hele winter op niet te grote diepte blootstellen aan liefst zeer humusrijke aarde. We zoeken daarvoor een plaats uit waar de sneeuw langere tijd blijft liggen en die goed door de zon wordt beschenen, zodat de kosmisch-astrale invloeden zoveel mogelijk doordringen. Dan graven we ze in de lente op en voegen ze toe aan de mest. De mest houdt dan de stikstof beter vast. Bovendien heeft ze de eigenschap de aarde zo vitaal te maken dat deze buitengewoon stimulerend op de plantengroei kan werken. Door zo te bemesten zullen we gezondere planten kweken.

Ook de brandnetel draagt de zwavel in zich die het geestelijke overal invoegt en verwerkt. Behalve dat de brandnetel ook kali en calcium in haar stralingen en stromen meeneemt, heeft ze bovendien nog een soort ijzerstralingen, die voor de gang van de natuur bijna net zo gunstig zijn als de ijzerstralingen in ons eigen bloed. Het terugdringen van ijzer in een bodem wordt bevorderd door op onschuldige plaatsen brandnetels aan te planten, die de bovenste bodemlaag van de ijzerwerking bevrijden. Brandnetels in licht verwelkte toestand drukken we een beetje samen en begraven we in de aarde. Met een dunne laag turfmolm scheiden we ze van de omringende aarde. We laten ze overwinteren en vervolgens overzomeren. Mengen wij dat nu op dezelfde manier als de andere dingen door de mest, dan wordt deze mest innerlijk gevoelig, intelligent, zodat hij het niet toelaat dat ergens iets op ongewenste wijze tot ontbinding komt of stikstof afgeeft. Door deze toevoeging wordt de mest verstandig gemaakt en in staat gesteld om de aarde verstandig te maken, zodat die zich individualiseert ten gunste van de planten die we op deze manier willen telen.

Je moet weten te genezen vanuit het geheel. Een groot aantal ziekten bij planten kan door een doelmatige aanpak van de bemesting uit de wereld worden geholpen. Wij moeten dan via de bemesting calcium toevoegen aan de bodem. De eik bevat rijkelijk calcium in fijne verbindingen. In het bijzonder geldt dat voor de schors. Calcium schept, in levende toestand, orde wanneer het etherlichaam te sterk werkt en een deel van het organisme daardoor buiten het bereik van het astrale valt. Als wij willen dat een woekerend etherisch leven zich op een voorbeeldige manier samentrekt, dan moeten we calcium toepassen in de structuur waarin we het aantreffen in eikenschors. We verzamelen eikenschors en hakken het fijn. Dan nemen we een schedel, doen de gehakte eikenschors daarin en sluiten hem met beendermateriaal af. Dat begraven we in de aarde, niet al te diep, doen er turfmolm over en laten er een goot naar toe lopen, zodat we veel regenwater op die plaats krijgen. Dat moet nu weer herfst en winter doormaken. Door dit middel wordt nu iets aan onze meststoffen meegegeven wat hun werkelijk de krachten schenkt om schadelijke plantenziekten preventief te bestrijden.

Ik heb het eigenlijk voortdurend gehad over het verbeteren van het stikstofgehalte van de mest, met name toen ik over duizendblad, kamille en brandnetel sprak. In het organische proces schuilt een geheime alchemie, waardoor kali en zelfs kalk in stikstof wordt omgezet. Onder invloed van waterstof wordt er voortdurend kalk en kali omgezet in stikstof. En juist de stikstof die op deze manier ontstaat, is enorm nuttig voor de plantengroei, maar dan moeten we hem wel, met behulp van zulke methoden als ik geschetst heb, voor ons laten maken.

Kiezelzuur bevat zoals u weet silicium; dat silicium wordt vervolgens in het organisme omgezet in een stof die van groot belang is, die tegenwoordig onder de chemische elementen in het geheel niet wordt genoemd, en kiezelzuur is nu eenmaal nodig om het kosmische naar binnen te halen. Nu moet er in de plant een echte wisselwerking ontstaan tussen kiezelzuur en kalium. Wij moeten de bodem ertoe opwekken om deze wisselwerking te ontplooien door middel van de bemesting. De paardenbloem is de bemiddelaar tussen het kiezelzuur dat in de kosmos is uitgebreid en wat de hele omringende bodem eigenlijk aan kiezelzuur nodig heeft. We verzamelen de gele paardenbloemhoofdjes, laten ze licht verwelken, drukken ze samen, naaien ze in runderdarmscheil en laten ze ook de hele winter in de aarde. Als we de ballen dan in de lente uit de grond halen zijn ze werkelijk helemaal van kosmische kracht doortrokken. Deze substantie kan nu weer op dezelfde manier aan de mest worden toegevoegd. Ze zal de bodem het vermogen geven precies zoveel kiezelzuur uit de atmosfeer en uit de kosmos aan te trekken als voor de planten nodig is, zodat de planten regelrecht gevoelig worden voor alles wat in hun omgeving werkt en vervolgens zelf aantrekken wat ze nodig hebben.

Een bemestingsmiddel moet behandeld worden met duizendblad, met kamille, met brandnetel, met eikenschors en met paardenbloem. Brengen we dan nog de moed op om, voordat we de aldus toebereide mest gaan gebruiken, de bloemen van de valeriaan uit te persen en het sap dat we eruit persen zeer sterk te verdunnen, dan kunnen we, als we dit verdunde sap van valeriaanbloemen heel fijn verdeeld aan de mest toevoegen, de mest ertoe brengen zich speciaal tegenover dat wat fosforsubstantie wordt genoemd op de juiste manier te gedragen. Dan zullen we door deze zes ingrediënten zowel van gier als van stalmest en compost een voortreffelijke mest kunnen maken.