Steiner in essentie

Antroposofie ontmoeten, begrijpen, doen.


AntroposofiePublicatiesLandbouwcursus

Landbouwcursus 6 Voer tot een eind wat onbruikbaar is

De methode van het verassen om onkruid en plaagdieren af te weren.

Zesde voordracht 14 juni 1924
Voer tot een eind wat onbruikbaar is

Het zal ons niet meevallen om het wezen van onkruid te benaderen, omdat in de natuur onkruid evenveel recht heeft om te groeien als de planten die we nuttig vinden. Hoe kunnen we van een bepaalde akker weg krijgen wat daar niet beoogd is, maar wat er groeit als gevolg van de hele natuurlijke constellatie? De inzichten hoe de binnen- en de buitenplaneten werken geven ons de inzichten hoe wij te werk moeten gaan als we het plantenleven willen beïnvloeden.

Maankrachten hebben op veel planten die we tot de onkruiden rekenen grote invloed. De gewone toestand van de aarde is toereikend is om bij levende wezens groei te bewerkstelligen. Onder invloed van de maan kan die groei worden opgevoerd tot voortplanting. Groei is een zwakker voortplanten, en het voortplanten is een sterker groeien. Zonder de maan heeft de aarde geen macht over die versterkte groei. Met de inwerking van de maan komt nu ook de hele gereflecteerde kosmos op de aarde. Het is echt een sterke en zeer organiserende kosmische kracht die zo door de maan in de planten wordt gestraald, waardoor de plant ook bij de zaadvorming geholpen kan worden. Dat alles in een bepaald gebied van de aarde alleen werkzaam wanneer het daar volle maan is.
Als we de werking van de volle maan op het onkruid tegenhouden, dan wordt aan de voortplanting van het onkruid paal en perk gesteld. Nu gaat het erom dat we de bodem zo behandelen dat de aarde onwillig wordt om de maan-invloeden op te nemen.

We verzamelen van dat onkruid zaden, maken een klein vuurtje en verbranden dat zaad en verzamelen zorgvuldig alle as die overblijft. We hebben nu letterlijk, in die as een kracht geconcentreerd die tegengesteld is aan wat er wordt ontwikkeld bij het aantrekken van de maankrachten. Strooien we nu dit preparaatje, over onze akker, dan zullen we al in het tweede jaar zien dat er van die onkruidsoort veel minder over is. Omdat er in de natuur bij veel dingen een cyclus van vier jaar bestaat, zullen we zien dat na het vierde jaar het bewuste onkruid, dat we jaarlijks zo behandelen, op deze akker niet meer voorkomt.

Bij de schadelijke planten kun je in algemene termen spreken. Je kunt niet meer in het algemeen spreken zodra de schadelijke dieren aan bod komen. Daarom de veldmuis als een voorbeeld. Als we een tamelijk jonge muis vangen, kunnen we daar de huid van afstropen. Dat doen we in de tijd dat Venus in het teken van de Schorpioen staat. Als we iets willen bereiken in de plantenwereld, kunnen we ons houden bij het planetensysteem. Bij het dier hebben we denkbeelden nodig die rekening houden met de vaste sterren uit de dierenriem. Bij het dierenrijk moet de invloed van de maan worden onder-steund door de invloed van Venus. Met die invloed van de maan hoeft bij het dierenrijk niet eens zoveel rekening te worden gehouden, omdat het dierenrijk de maankrachten in zichzelf vasthoudt. We verbranden die muizenbalg en verzamelen de as. In wat zo door het vuur vernietigd wordt, blijft nu de negatieve kracht over van het repro-ductievermogen van de veldmuis. Als u nu de ‘peper’ die u op deze manier hebt gekregen, die u bij de bovenconjuctie van Venus en Schorpioen door het vuur hebt laten gaan, uitstrooit over uw velden, dan zult u over een middel beschikken waardoor de muizen dat veld mijden. De werking straalt ver uit, maar het zou toch kunnen dat het effect niet helemaal afdoende is. Maar de werking is beslist radicaal als hetzelfde in de hele buurt wordt gedaan.

Dit doen we als we de strijd willen aanbinden met ongedierte dat tot de hogere dieren kan worden gerekend. Insecten staan onder heel andere kosmische invloeden. De aantasting door het bietenaaltje bijvoorbeeld ontdekken wij in de bekende zwellingen aan de haarwortels en ook in het feit dat de bladeren ’s morgens slap blijven. Nu moeten we ons realiseren dat de bladeren uit de lucht de kosmische invloeden opnemen, terwijl de wortels de krachten opnemen die via de aarde vanuit de kosmos in de plant komen. Wat gebeurt er nu als dat aaltje optreedt? Het opnameproces van de kosmische krachten, dat normaal ge-sproken in het gebied van de bladeren zou moeten plaatsvinden, wordt omlaag gedrukt, zodat het in het gebied van de wortels terechtkomt. Bepaalde kosmi-sche krachten glijden te ver naar beneden. Daardoor wordt het dier de mogelijkheid gegeven om binnen in de aarde, waar het leven moet, de kosmische krachten te vinden waarvan het leven moet. Anders zou het boven tussen het blad moeten leven, maar daar kan het niet leven, omdat de aarde zijn milieu is.

Nu, juist bij de wezens die zich op deze manier ontwikkelen, is het van belang dat er iets kosmisch in de aarde terechtkomt, iets kosmisch namelijk dat normaal gesproken alleen in de omgeving van de aarde zou moeten optreden. Nu moet u het hele insect verbranden. We zouden het ook kunnen laten vergaan, maar het is lastig de ontbindingsproducten te verzamelen. Die verbranding moet worden uitgevoerd wanneer de zon in het teken van de Stier staat. Want de insecten-wereld hangt geheel samen met de krachten die zich ontplooien wanneer de zon door Waterman gaat, door Vissen, Ram, Tweelingen tot en met de Kreeft. De zon is eigenlijk niet hetzelfde wanneer hij uit de richting van de Stier op de aarde schijnt in de loop van het jaar of van de dag, als wanneer hij van de Kreeft uit schijnt. Je zou eigenlijk moeten spreken over: Ram-zon, Stier-zon, Kreeft-zon, Leeuw-zon enzovoort.
Als u dit doet en u zich op deze manier nu ook ‘insectenpeper’ verschaft, dan kunt u die over een bietenveld verspreiden, en na een poos zal er een soort onmacht over de aaltjes komen. Na het vierde jaar zal die onmacht beslist heel effectief blijken. Ze kunnen niet meer leven, ze schuwen het leven. Op deze manier hebben wij nu ook de mogelijkheid om schadelijke invloeden van dierlijke aard op een afstand te houden. Wat in ieder wezen aanwezig is, draagt ook de kiem tot zijn eigen vernietiging in zich. Zoals water aan de ene kant een noodzakelijke voorwaarde is voor de vruchtbaarheid, zo is vuur een vernietiger van de vruchtbaarheid. Een zaadje ontwikkelt vruchtbaarheid in de wijde omtrek door middel van het maandoordrenkte water. Een zaadje ontwikkelt in de wijde omtrek vernietigende kracht door middel van het zondoordrenkte vuur of zelfs kosmisch doordrenkte vuur.
Nu rest ons nog de zogenaamde plan-tenziekten te onderzoeken. De meeste ziekten ontstaan wanneer het astrale lichaam intenser met het fysieke lichaam verbonden is dan normaal, wanneer het etherlichaam de zaak dus niet voldoende vult. Een astraal lichaam in eigenlijke zin heeft de plant niet in zich. Daarom treedt die specifieke vorm van ziekte die bij dieren en mensen optreedt, bij de plant niet op.

Waar het nu om gaat, is dat wij inzicht krijgen in wat eigenlijk het ziek worden van planten kan veroorzaken. Er zijn een heel aantal belangrijke relaties: u hebt de aarde, u hebt het water waarmee de aarde is gevuld, u hebt de maan. De maan maakt de aarde tot op zekere hoogte innerlijk levend. Dat valt hem gemakkelijker als de aarde van water doortrokken is. Nu kunnen die invloeden van de maan in de bodem te sterk worden. Dat kan zelfs op een heel eenvoudige manier gebeuren. Denkt u maar eens aan een behoorlijk natte winter, waar ook een behoorlijk nat voorjaar op volgt. Dan krijgen we dus een overmaat aan levenskracht in de aarde. Graan ontwikkelt zich normaal tot zaad wanneer de aarde door de maan de juiste mate van leven wordt toebedeeld. Dan werkt dit leven op die manier omhoog dat inderdaad dit zaad tot stand komt. Maar stel nu dat de invloed van de maan te sterk is, dan werkt de zaak van onderaf te sterk, en wat pas bij de zaadvorming zou moeten optreden, dat treedt al eerder op. Juist wanneer het te sterk wordt, slaagt het er niet in naar boven te komen, maar werkt het door zijn intensiteit meer beneden. De maaninvloed heeft dan tot gevolg dat de zaadvorming niet genoeg kracht heeft. Het zaad zal iets van afstervend leven meekrijgen, en door dit afstervende leven ontstaat er als het ware boven het aardoppervlak, boven het eerste bodemniveau een tweede niveau. Daar spelen zich dezelfde processen in af, alleen hoger. Het gevolg daarvan is dat het zaad van de plant, het bovenste deel van de plant een soort bodem wordt voor andere organismen. Parasieten treden op. Allerlei vormen van schimmel treden op. En we zien op deze manier plantenziekten als roest en dergelijke ontstaan. Zo wordt door een te sterke maanwerking dat wat van de aarde naar boven moet werken, van de vereiste hoogte afgehouden.

Het komt er nu op aan dat wij de aarde ontlasten van de overtollige maankracht die in haar zit. En dat kunnen we bereiken – uiterlijk blijft alles zoals het is – doordat we uit Equisetum arvense een soort thee maken, tamelijk geconcentreerde thee, die we dan verdunnen en als gier toepassen op die velden waar dat nodig is, waar we roest en dergelijke plantenziekten willen bestrijden. Ook hier kunnen we weer volstaan met heel kleine hoeveelheden, met een soort homeopathisering. Maar ziet u, dit is ook het terrein waarop we duidelijk kunnen zien dat de afzonderlijke levensgebieden elkaar moeten bevruchten. Wie begrijpt wat voor een merkwaardige invloed Equisetum arvense op het menselijk organisme uitoefent via de nierfunctie, die heeft daarin een richtlijn. Natuurlijk kun je daarover niet speculeren en het uitdenken, maar het is toch een richtlijn, aan de hand waarvan we kunnen nagaan hoe Equisetum werkt als we het omzetten in wat ik zojuist een soort gier noemde, die we vervolgens rond-sproeien en die dan in de wijde omtrek werkt, al wordt er maar heel weinig van gesproeid. Dan komen we erbij uit dat dat een uitstekend geneesmiddel is. Het is niet een echt geneesmiddel, omdat planten eigenlijk niet ziek kunnen worden. Het is niet een echt genezingsproces, het is alleen het tegendeel van het proces dat ik zojuist beschreven heb. Zo kunnen we, als we de natuurprocessen die zich op de meest uiteenlopende gebieden afspelen doorzien, het leven, en zoals we later zullen zien ook het dierlijke leven in zijn normale en abnormale processen, werkelijk in de hand krijgen. En dat is eigenlijk pas echte wetenschap.