De fantasie is de plaatsvervanger van de helderziendheid in de zintuiglijke wereld.
Bij het opvoeden van kinderen is ruimte bieden aan fantasie een belangrijk element dat het kind behoedt voor een te intellectuele houding in het leven. “Een touwtje en een emmertje, meer speelgoed heeft een kind niet nodig,” beweerde een collega van me. Het is een bekende oefening (voor volwassenen?) om zoveel mogelijk dingen te verzinnen waar je een paperclip voor kunt gebruiken. Wie niet verder komt dan “om papieren bij elkaar te houden” ervaart aan den lijve dat het intellect soms beperkingen heeft. Een evenwichtige opvoeding zoekt naar een balans tussen een intellectueel aanbod en een aanspreken van de fantasie. Fantasiebeelden wellen op uit de onderpool, uit de wil. Het zijn geen producten van het intellect.
Rudolf Steiner over de fantasie
Hoeveel uiterlijke feiten ons verstand ons ook mag verschaffen, de echte fantasie kan veel waarachtiger zijn. De mens is voorbestemd om op te stijgen naar de werelden van het geestelijke, want in ieder mens sluimeren de daarvoor benodigde vermogens. Ieder mens zal dit bereiken, al is het maar door vele levens heen. Tot die tijd kan hij zich laten inspireren door de kunst, waarin niet alleen de zintuiglijke wereld tot uitdrukking komt, maar ook de scheppende geest zelf, die door het medium van de fantasie is gegaan. Zij is de uiterlijke afspiegeling daarvan. We mogen dus zeggen dat fantasie en helderziendheid voor de mens zijn weggelegd als aandeel in het geestelijke leven, als een groot doel, als iets wat sommigen al hebben bereikt en wat boven al het andere bestaan staat. De getrainde helderziendheid leidt de mens naar de hogere werelden. Haar plaatsvervanger in de zintuiglijke wereld is de fantasie. Daarom is zij van groot belang onder de menselijke zielekrachten. De fantasie is de plaatsvervanger van de helderziendheid in de zintuiglijke wereld. (GA125, Wege und Ziele des geistigen Menschens, pag 191.)