Geplaatst op

Voeding

In de landbouwcursus – en op andere plaatsen – wijst Rudolf Steiner erop dat de voeding die mensen en dieren eten in hoofdzaak dient om krachten op te doen voor activiteit.

Slechts de hersenen worden opgebouwd uit stoffen die we via de voeding tot ons nemen. De rest van het lichaam is opgebouwd uit substantie die we via de ademhaling, de huid en de zintuigen opnemen.

De voeding dient wel zo gevarieerd te zijn dat alle delen van het lichaam bediend worden. Daarvoor kun je letten op het aandeel wortelgewassen, blad/stengelgewassen en bloem/vrucht gewassen in het menu. Die hebben invloed op respectievelijk het hoofd (zenuwen en zintuigen), het ritmische gebied (ademhaling en bloedsomloop) en de ledematen (het gebied van de wil).

Voor antroposofisch voedingsadvies kun je terecht bij een natuurvoedingskundige.