De dubbelganger is in antroposofische betekenis het beeld van de onbewuste, duistere kanten van de eigen persoonlijkheid.
De confrontatie met die duistere kanten beleef je bij het gaan van een ontwikkelingsweg naar helderziendheid. Niet voor niks benadrukt Rudolf Steiner dat bij het gaan van zo’n weg juist ook vooruitgang in morele zin belangrijk is. In zijn boek De weg tot inzicht in hogere werelden beschrijft hij de dubbelganger als ‘de kleine wachter op de drempel’. Voor het bereiken van geestelijk inzicht is het uithouden van de confrontatie met de eigen schaduw een voorwaarde.
De dubbelganger is geketend aan de Kha-mens om hem er voortdurend aan te herinneren hoe hij in zijn eerdere leven was, of hoe hij nog steeds is. Dat is niet altijd een prettige ervaring. Maar het bewustzijn dat hij deze dubbelganger altijd naast zich heeft zal hem zijn fouten bewust maken, zodat hij zich kan beteren.
[Kha-mens is een term uit de Egyptische mysteriën die iemand aanduidt die door innerlijke ontwikkeling zijn dubbelganger buiten zich geplaatst heeft]
Rudolf Steiner, Aus den Inhalten der esoterischen Stunden Band II, Hannover, 31 december 1911.